In 2018 liep ik een deel St Olavsleden, een pelgrimspad door Zweden en Noorwegen. Ik liep van Östersund naar Trondheim.
Onlangs kwam er twee herinneringen boven die ik, gek genoeg, nog niet eerder aan elkaar had gekoppeld, maar onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Tijdens het wandelen van het pad kun je met een speciaal pelgrimspaspoort onderweg stempels verzamelen. Sommige mensen worden dan heel fanatiek. Ik was er juist heel nonchalant onder en keek stiekem zelfs een beetje neer op de fanatiekelingen want ik mijn ogen ging het daar toch niet om?
Totdat ik een lesje in nederigheid kreeg, want op een avond was ik ineens mijn pelgrimspaspoort kwijt. Ik zocht overal maar ik kon hem niet vinden. Ik probeerde mezelf wijs te maken dat het niet erg was, maar ik baalde als een stekker en kon het niet loslaten. Hoezo niet belangrijk? đŸ˜…
De volgende ochtend besloot ik dan ook om een stuk terug te lopen. Mentaal is terug lopen best een dingetje als je een lange afstand wandelt. Maar ik deed het toch. Als ik voor niets terug zou lopen dan had ik er in elk geval alles aan gedaan om het paspoort terug te vinden.
En het was een prachtige dag! Daar waar het de dag ervoor bewolkt en grijs was, was het nu een zonnige dag met strakblauwe hemel. Daardoor was het een hele nieuwe wandeling in vergelijking met de dag ervoor.
En ja hoor… op de plek waar ik de dag ervoor de laatste stempel had gehaald, vond ik mijn paspoort terug (wat een mazzel!)
In de loop van de middag was ik weer op de plek waar ik had overnacht. Ik wilde er niet nog een keer hier overnachten maar wist ook dat het bijna onmogelijk was om de volgende plaats te halen. Ik hoopte dan ook onderweg een plek te vinden om mijn tent op te kunnen zetten, maar dat viel tegen. Uiteindelijk kwam ik aan het eind van de dag bij een weg uit en de komende kilometers zou ik de weg moeten volgen naar het volgende dorp.
Vanwege een naderende storm/regenbui en invallende schemer, vond ik het niet veilig verder langs de weg te lopen. Ik wist dat er vlakbij, bovenop een heuvel een bunker was die als shelter fungeerde. Mijn beste optie op dat moment.
Dus klom ik de heuvel omhoog en ik kwam inderdaad bij een bunker uit. De bunker leek helemaal niet uitnodigend en zag er enigszins grauw en zelfs een beetje onheilspellend uit. Ik overwoog om mijn tent naast de bunker op te zetten maar het begon al te waaien en te regenen. Dus ik liep de pikdonkere begane grond van de kelder door naar de trap omhoog waar het leefgedeelte was. Er was geen licht, behalve het beetje licht wat nog van buiten kwam.
Ik besloot me, ondanks mijn ongemak, te installeren. Ik prepareerde mijn slaapplaats en besloot om meteen in mijn slaapzak te kruipen en naar muziek te luisteren, en zelfs mee te zingen, om mezelf kalm te houden. Ik was niet zozeer bang dat er ineens een enge vreemdeling zou binnenkomen. Maar ik was doodsbang dat er ratten en muizen zouden zitten en me in de nacht zouden bezoeken. Het was een grote ruimte en mijn slaapplaats was op een van de houten banken die ook als zitplaats fungeerde.
Na een tijdje daar te hebben gelegen en opgaand in mijn eigen binnenwereld, merkte ik ineens op dat er een verschuiving had plaatsgevonden in mezelf. Ik ervaarde de bunker niet meer als onheilspellend en eng, maar juist steeds meer als een veilige plek, een echte shelter. Zoals het ook bedoeld was. Uiteindelijk heb ik prima geslapen. En de volgende ochtend vond ik mezelf maar wat stoer. Na mijn ontbijt bedankte ik de plek en vervolgde ik mijn wandeling.
Voor mij was het verblijf in de bunker een hele bijzondere ervaring die ik nooit had meegemaakt als ik mijn paspoort niet was kwijt geraakt, de les in nederigheid niet als zodanig had aanvaard en niet aan mezelf had toegegeven dat het paspoort voor mij wel waardevol was en dus niet had besloten om terug te lopen.
Reactie plaatsen
Reacties